Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Bericht uit de Eerste Kamer van Paul Schnabel

Dit essay verscheen eerder in het julinummer 2018 van IDEE, het tijdschrift van de Mr. Hans van Mierlostichting.

Is het leuk in de Eerste Kamer?

“Ik erger me er altijd aan als mensen wijsneuzig tegen mij beginnen over de Eerste Kamer als ‘chambre de réflexion’. Dat is het niet, het zou nog eerder kloppen om over de Eerste Kamer als ‘chambre d’inspection’ of ‘chambre de correction’ te spreken, al zou ik niet weten waarom dat ook zo nodig in het Frans zou moeten. De Eerste Kamer is net als de Tweede Kamer een politiek orgaan en dat is ook altijd zo geweest, al viel dat vroeger wat minder op dan nu. Dat had meer te maken met de voorspelbaarheid van de politieke verhoudingen toen dan met de bevoegdheden van de Eerste Kamer. In de lange, lange jaren dat de politieke verhoudingen nog zo waren dat de samenstelling van de Eerste Kamer wat de fracties betreft bijna het spiegelbeeld van de samenstelling van de Tweede Kamer was, viel het oordeel van de Eerste Kamer uiteraard zelden anders uit dan wat aan de andere kant van het Binnenhof voor juist werd gehouden. Als de Eerste Kamer al een andere keuze maakte, was dat toch vooral omdat de voorgestelde wet technisch of juridisch tekortschoot. Hoewel, bijna 45 jaar geleden zag ik vanaf de publieke tribune hoe de door mij geschreven initiatiefwet abortus van PvdA en VVD door toedoen van Haya van Someren-Downer sneuvelde. In de Nacht van Wiegel haalde in 1999 het correctief referendum het niet in de Eerste Kamer. Ruim vijf jaar later was er de Nacht van Van Thijn waarin een grondwetswijziging die een gekozen burgemeester mogelijk zou maken de grond in werd geboord. Thom de Graaf trad toen af als minister voor Bestuurlijke Vernieuwing. In alle drie de gevallen waren de overwegingen en de uitkomsten vooral of zelfs helemaal politiek van karakter.

‘Nachten’ zijn er in de politiek niet meer zoveel, maar de vanzelfsprekendheid van een instemmende Eerste Kamer is er ook overdag niet meer. In beide Kamers zijn de coalitiepartijen maar met één zetel in de meerderheid en soms zal de oppositie niet nodig zijn om een wetsvoorstel af te stemmen of minstens in de gevarenzone te brengen. Formeel zijn de fracties van de regeringspartijen in de Eerste Kamer niet gebonden aan een regeerakkoord dat in de Tweede Kamer gesloten is. In de praktijk is van de vrijheid die we als oppositiepartij tijdens Rutte II hadden nu natuurlijk geen sprake meer. Omgekeerd is een partij als de PvdA nu als oppositiepartij in de Eerste Kamer naar verhouding twee keer zo groot als in de Tweede Kamer. Het soortelijk gewicht van de senaatsfractie is daardoor uiteraard ook toegenomen, zowel intern in de eigen partij als extern in relatie tot het kabinet en de regeringspartijen. Forum voor Democratie en DENK zijn nu nog niet in de Eerste Kamer vertegenwoordigd, maar dat zou na de Provinciale Statenverkiezingen heel goed wel het geval kunnen zijn. D66 keerde in 2015 na de vorige PS-verkiezingen met een dubbel zo grote fractie als derde grote partij terug in de Eerste Kamer, maar er is geen enkele zekerheid dat het ook in 2018 weer tien of zelfs meer zetels zullen worden. Overigens geldt mutatis mutandis hetzelfde voor bijna alle andere partijen. In feite zijn ze met uitzondering van de SGP allemaal onderhevig aan het regime dat D66 vanaf de oprichting heeft gekend: in het verleden behaalde resultaten zijn geen garantie voor de toekomst. Anders gezegd, het is allerminst ondenkbaar dat de Eerste Kamer in juni 2019 een heel andere partijverdeling zal kennen dan nu. Ook anders bovendien dan nu in de Tweede Kamer het geval is. De vliesdunne meerderheid van het huidige kabinet indachtig is dat geen comfortabel vooruitzicht.

In de tijden dat de senatoren voor het betreden van de vergaderzaal – in zijn soort de oudste(1650) ter wereld – hun bolknakjes in het sigarenkastje op hun terugkomst konden laten wachten, zal wel nooit iemand het lef hebben gehad te vragen of het ‘leuk’ is in de Eerste Kamer. Dat wordt mij met regelmaat gevraagd en de verwachting is meestal dat ik zal zeggen dat het vooral zwaar, druk of moeilijk is. Dat is het natuurlijk soms ook, zeker als je woordvoerder bent bij een omstreden wetsvoorstel, maar leuk is het gelukkig ook. Dat geldt zeker voor de contacten en het overleg in de eigen fractie op dinsdagmorgen voor de plenaire vergadering en de commissievergaderingen. Nu D66 regeringspartij is geworden, is het onderling overleg zowel politieker als intenser geworden. De oppositierol was gemakkelijker dan de huidige rol als coalitiepartij. Er is meer nog dan onder Rutte II overleg met de fractie van D66 in de Tweede Kamer. Nieuw is het overleg met onze bewindslieden in het kabinet en met de woordvoerders van de coalitiepartijen. In de Eerste Kamer is het gesprek tussen de fracties altijd al vrij gemakkelijk en collegiaal, maar de rolwisseling van oppositie naar coalitiepartij was toch wel wennen. Net als in de hele partij schuurt het ook bij ons regelmatig.

Het gezicht van de Eerste Kamer raakt sterker politiek getekend. Dat brengt als vanzelf ook de discussie mee over de juiste verhouding tot de Tweede Kamer. Wij hebben geen recht van initiatief of amendement en wij zijn niet direct gekozen. Het eerste beperkt je in je handelingsmogelijkheden, het tweede noopt tot een zekere bescheidenheid. Het primaat ligt toch duidelijk bij de Tweede Kamer, maar als je kijkt naar het aantal vragen dat er aan bewindspersonen gesteld wordt, het aantal moties dat wordt ingediend en het aantal expertmeetings rond belangrijke politieke thema’s, is het begrijpelijk dat men elkaar onderling toch regelmatig maant om niet op de stoelen van de Tweede Kamer te gaan zitten. Als het om wetgeving gaat, wordt van de Eerste Kamer uiteindelijk een ja of een nee verwacht, maar voor het zover is, zijn er toch nog heel wat mogelijkheden om de bewindspersoon uit te nodigen, te verleiden of zelfs te dwingen de interpretatie en de implementatie van de nieuwe wet meer in overeenstemming met het gevoel van de Eerste Kamer te brengen. Uitvoerige vragenrondes met memories van antwoord van soms tientallen bladzijden zijn zeer gebruikelijk, soms zelfs bij wetsvoorstellen die uiteindelijk als hamerstuk worden afgehandeld. De memories van antwoord hebben direct betekenis voor de uitleg van de wet. Als de minister of staatssecretaris toezeggingen doet worden die door de griffie van de Eerste Kamer nauwkeurig vastgelegd en regelmatig wordt nagegaan of aan de toezeggingen al is voldaan.

Het is voor de Eerste Kamer niet altijd en misschien zelfs we steeds minder mogelijk als medewetgever op te treden. Er is een sterke neiging om steeds meer te regelen via convenanten, akkoorden of tafels van overleg. De overheid is dan een partij naast maatschappelijke organisaties of bedrijven. Ook in de wetgeving wordt veel geregeld via maatregelen van bestuur, die nog niet bekend en ook niet geformuleerd zijn op het moment dat de wet in de Kamer ter discussie staat. Meestal wordt dan gevraagd om de MvB niet alleen bij de Tweede Kamer ‘voor te hangen’, maar ook bij de Eerste Kamer. Dan kunnen er ook weer vragen over gesteld worden. Uiteraard liggen daar vooral voor de oppositiepartijen kansen om de bewindspersoon het vuur aan de schenen te leggen.

D66 heeft een voorkeur voor een parlementair systeem zonder Eerste Kamer. Niettemin accepteert de partij het bestaan van de Eerste Kamer en als fractie proberen wij natuurlijk zo goed mogelijk de taken van de Eerste Kamer vorm te geven. Wij zijn de laatste beslissers in het wetgevingsproces, maar tegelijkertijd de eersten die het uiteindelijke wetsvoorstel in zijn geheel te zien krijgen. Dat helpt nog wel eens om fouten en inconsistenties aan het licht te brengen. Voor mij in de drie jaar dat ik lid van de Eerste Kamer ben nooit leuker dan op het moment dat ik zag dat in een wetstekst over de titels die universiteiten mogen verlenen stond dat de jonge doctor in het Engels de titel ‘doctor of philopsophy’ zou mogen voeren. Die malle ‘p’ is toen schielijk verwijderd, ook een beetje stiekem trouwens, want de Eerste Kamer mag een wet immers niet veranderen. “

Gepubliceerd op 09-08-2018 - Laatst gewijzigd op 06-11-2018