Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 16 april 2019

Algemene Europese Beschouwingen

De EU is niet van groot belang, nee, de EU is inmiddels een bestaansvoorwaarde voor Nederland op dit niveau van welvaart en bescherming aldus Joris Backer. De D66 Eerste Kamerfractie is ervan overtuigd dat in deze wereld belangrijke grens overstijgende fenomenen als klimaat, terrorisme, energie, handel en mensenrechten alleen effectief grensoverschrijdend kunnen worden aangepakt. Joris Backer benoemd nog extra dat wij de solidariteit en verbondenheid voelen met andere Europeanen en denk en handel internationaal is voor de D66 Eerste Kamerfractie daarbij het adagium. 

In de algemene beschouwing haalt Joris Backer het belang van samenwerken en verantwoordelijkheid aan. Welvaartsverschillen zullen ook in Europa niet als sneeuw voor de zon verdwijnen, maar samen kunnen we meer dan afzonderlijk. In het debat gaat het D66 Eerste Kamerfractie ook om verantwoordelijkheid nemen door zowel de regering als de vertegenwoordigers. 

 

Lees de spreektekst hier terug:

 

“EU: wij zitten op een tak aan de boom van 28 lidstaten!

 

Voorzitter,

 

 “(…) Europa brengt Nederland vrede, veiligheid en welvaart. Naast een economische gemeenschap is Europa een waardengemeenschap waarin Nederland zich thuis voelt. Recht en vrijheid staan centraal. (…)”(4.4. Regeerakkoord)

 

Dit is een letterlijk citaat uit het regeerakkoord van het Kabinet Rutte III.

Veel paradigma veranderingen kondigden zich al aan bij de tot start van het kabinet. De grote geopolitieke veranderingen die er voor zorgen dat de Europese Unie er vrijwel alleen voor staat in de wereld, lagen nog in de toekomst.

Die toekomst in nu! Er is grote urgentie om belangrijke en vergaande besluiten te nemen in het belang van deze en van de komende generaties.

Voorzitter, lees ik deze urgentie ook in de Staat van de Unie 2019? Nou nee…

Wel een degelijke analyses van het opkomend protectionisme, de uitdagingen van digitalisering, van klimaat en de noodzaak van energietransitie.

Maar niet in de betekenis van paradigmaverandering. Spaarzaam zijn de heldere keuzes en waar die zijn gemaakt beperkt het kabinet zich tot een summiere agenda.

Zo lees ik: “Nederland heeft dus groot belang bij een Europese Unie van waarden en resultaten”. (p.7). Dat is een variant op Europa best belangrijk uit 2005.

Voorzitter, dat ademt geen urgentie uit, inspireert niet Inspiratie is belangrijk, is noodzakelijk en is een essentiële voorwaarde voor politiek leiderschap.

De EU is niet van groot belang, nee, de EU is inmiddels een bestaansvoorwaarde voor Nederland op dit niveau van welvaart en bescherming.

Kan de minister deze uitspraak onderschrijven?

 

Toekomst of nostalgie?

In ons debat vorig jaar sprak in over een scharnierpunt in de geschiedenis.

Trump, Brexit, Salvini en Orban in het kamp van de disruptie. Merkel, Macron, Rutte en de Europese Commissie in het kamp van de opbouw.

In dat kamp heeft de premier zich de laatste tijd vaker laten horen. Dat juichen wij toe want dat is een begin van inspiratie. Dat moet worden opgevolgd door daden van hemzelf en van leden van het Kabinet.

In die veranderende wereld verdiept ook de kloof binnen Europa zich:

  • zij die (in alle varianten) streven naar een open samenleving, die zich willen blijven ontwikkelen in internationaal verband, tegenover
  • zij die streven naar gesloten samenleving, teruggeworpen op het eigen grondgebied, vaak gecombineerd met een verlangen naar vroeger.

Het zal duidelijk zijn aan welke kant de fractie van D66 staat en dat het onze ambitie is die kloof – waar mogelijk – te overbruggen. Wij zien nu nog meer dan ooit het belang van de Nederlandse burger om te werken en te wonen binnen een waardengemeenschap die kan worden gekoesterd en die ons beschermt. Waarin kinderen in dat besef kunnen opgroeien.

Wij voelen de solidariteit en verbondenheid met andere Europeanen. Historisch, cultureel, menselijk en daarbij is Denk en handel internationaal ons adagium

De D66 fractie is er van overtuigd dat in deze wereld belangrijke grens overstijgende fenomenen als klimaat, terrorisme, energie, handel en mensenrechten ook alleen effectief grensoverschrijdend  kunnen worden aangepakt.

Tegenover symboliek van de geslotenheid en de gefabriceerde unieke eigenheid van een natiestaat stellen wij concrete vooruitgang door internationale samenwerking.

Het was dan ook een belangrijk besluit dat deze kamer vorige week nam met het verwerpen van de initiatiefwet -Van der Staay, want aanneming zou vergaande gevolgen hebben gehad voor de rol van Nederland in de Europese samenwerking.

Er zijn diverse concrete plannen voor vooruitgang die een eigen debat zouden rechtvaardigen:

  • het Meerjarig Financieel Kader;
  • de Eurozone begroting;
  • het Witboek over de Toekomst van Europa;
  • de instrumenten om de rechtsstatelijkheid in lidstaten te waarborgen;
  • de Sociale Pijler van Europa;en last but not least,
  • de Brexit.

We kunnen de Brexit niet onbesproken laten.  Mijn fractie ziet dat deze minister veel vreugdeloze tijd en energie heeft moeten besteden aan de Brexit. Daarin schuilt ook precies het gevaar.

President Macron waarschuwde terecht voor een situatie waarin de 27 Lidstaten gevangen blijven in een Brits koningsdrama, waarvan niemand beter wordt. Wat is de inzet van de Nederlandse regering in de scheidingsdiscussie tot (en na) Halloween?

 

Investeren in Europa

De energie kunnen wij beter aan een positieve agenda voor de 27 besteden.

De zorg die ik vandaag centraal wil stellen is “dossier-overstijgend”: investeert de regering voldoende in een Europa dat beschermt? Zo ja, waaruit blijkt dat?

Waarom positioneert de Regering zich bijvoorbeeld als:

  • tegenstander van een grotere bijdrage aan het MFK;
  • tegen een Eurozone begroting; en
  • laat de Minister van Financiën in tal van Europese bladen optekenen dat wij desnoods een opt -out wensen?

Twee keer tegen en één keer weglopen: dat maakt niet de indruk van een partner die bijdraagt aan constructief overleg.

Welke geraffineerde strategie zit hier achter die wij niet kennen? Kan de minister ons bijlichten?

Kan Nederland zich deze houding veroorloven?  Hoe taxeert de minister de effecten van het Frans-Duitse vriendschapsverdrag dat recent is hernieuwd. Dit voorziet in jaarlijks een vergadering van de twee complete regeringen en éénmaal per jaar is er een minister te gast bij de kabinetsvergaderingen van het andere verdragsland.

Nederland zit daar niet aan tafel, wel in Brussel.

Heeft deze coördinerende minister voldoende in de gaten dat Nederland zich bij de Eurozone begroting dreigt te isoleren?

Welke diepere strategische gedachte zit achter de Hanzeliga (waar twee niet –Eurolanden deel van uitmaken)? Waarom benutten we de Benelux niet? Trekken we voldoende op met onze Duitse buren op dit dossier?

Ik zie het niet, ik hoor het niet, ik constateer vooral getreuzel.  In plaats van de urgentie en het momentum te benutten is mijn indruk dat het kabinet treuzelt. Graag laat ik mij de door de minister van het tegendeel overtuigen.

Ik zie ook veel verlies aan executieve kracht. Mijn indruk is dat de Ministers vaker in de Tweede Kamer zitten dan in onderhandeling met andere lidstaten. Klopt die observatie?

 

Waarom?

Waarom laat u dit gebeuren? Is dit de angst voor de publieke opinie? Het kabinet schrijft “(..) het is zaak de tegenstem niet buiten de orde te plaatsen. Het is van belang dat de burgers greep op de toekomst houden”( SvU p. 10). [1]

Natuurlijk is buiten de orde plaatsen niemands wens. Nederland is een pluriforme samenleving met vele politieke stromingen. Daarvan mogen we geen enkele buiten de orde plaatsen.

Gaat het kabinet in aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement die dialoog binnen de orde met de criticasters van de EU – ook binnen de eigen coalitie – eigenlijk wel aan?

Dat is urgenter dan ooit. Blijkt dat uit zijn daden?

Graag hoor ik van de minister welke initiatieven in voorbereiding zijn voor de aanloop naar 23 mei a.s. Is er een dialoog of campagne in voorbereiding om bij te dragen aan een hoge opkomst?

 

De Tak waarop wij zitten

Voorzitter, de fractie van D66 ziet zowel in de Europese optredens van oud-collega Hoekstra en de magere inhoud van de Staat van de Unie de gevolgen van de kolossale inschattingsfout die enkele gematigde middenpartijen maken. Namelijk dat met een beetje window dressing, wat mooipraterij en een beetje meeveren, de criticasters van de EU de wind uit de zeilen kan worden genomen.

De kern van dat kansloze verhaal is: mislukkingen zijn de schuld van Brussel, successen komen door Den Haag.  Of de variant: Europa, best belangrijk. Dat blijkt al tien jaar niet te werken. Intussen verliest Nederland aan invloed. Verliezen alle burgers.

Beter is het om dat debat met de criticasters eerlijk en open aan te gaan. Deelt de minister deze analyse?

De dialoog begint met de vraag: welk alternatieve toekomstbeeld heeft U voor ogen, waarom wilt u zo graag de tak afzagen waarop wij zitten? Ik bedoel de tak aan de stam van de boom die de Europese Unie symboliseert.

Een boom die is geplant en opgekweekt in het besef van het belang van vrede en samenwerking voor toekomstige generaties. Die anticipeerde op een wereld waarin grens overstijgende problemen samen moesten worden opgelost. Die analyse is door de jaren heen bevestigd.

Een boom die steeds verzorging en aandacht nodig heeft, waarvan de vorm niet altijd overeenkomt met de ideaaltypes, waarvan de groei soms stagneert en die niet bloeit als je wilt.

Die wereld ontwikkelt zich inderdaad,  nieuwe spruiten groeien aan de boom op plaatsen waar je toen niet aan gedacht had. Maar het is ook onze boom, als een van de eerste planters en nu van de 28!

Wordt burgers in die eerlijke dialoog ook verteld dat als de bijl aan de wortel van die boom wordt gelegd er op zijn best een intergouvernementeel Europa zal zijn, waarin de grote landen de dienst zullen uitmaken? Deelt de minister deze analyse?

Dat alternatieve toekomstbeeld is – voor zover het geschetst wordt – vrijwel altijd een beeld in de achteruitkijkspiegel. De verklaring van degenen die met de zaag klaar staan is altijd vol symboliek:  als je met de tak valt kom je niet lager maar juist hoger terecht. Of, een variant door degenen die meer realiteitszin: de grond is altijd beter, want daar stonden we vroeger ook.

Met ‘vroeger’ appelleren zij aan een sterk nostalgisch gevoel dat latent bij iedereen aanwezig is. “Greep op de toekomst” is van dezelfde categorie. Dat is tegelijkertijd een ongrijpbare symboliek en te vaag om een serieuze politieke agenda mee op te stellen.

Wanneer was dat vroeger dan en op welk domein en op welk niveau ligt die “greep op” van de burger? Heeft dat gevoel van verlies wel zijn oorzaken in de EU? Het zou zomaar kunnen dat de gemeentelijke herindelingen een grotere rol spelen dan de Europese mededingingsregels. Of bij de fosfaatrichtlijn? Gaan wij dan hier Google een Amazon op nationale schaal aanpakken? En de belastingontwijking en marktmisbruik? CO2 – beprijzing? Sjoemelsoftware ?

Mijn ervaring in die dialoog is dat je tegenover de  Brexit en Nexit met feiten kan argumenteren tot je een ons weegt, het gaat altijd om de symboliek. Op grotere schaal blijkt dat in de pilotcase Brexit, waar deze symbolische orde in het VK breed met succes is uitgevent door alle tabloids.

Bij de ontvlechting en het uittredingsakkoord blijkt natuurlijk al dat wat in de economie ceterus paribus wordt genoemd, dat alle overige factoren voor en na gelijk blijven, bij de Brexit nooit kan gelden.

De politieke voorlieden in het VK hadden daar geen oplossing voor, dat bleek ook al op de dag na het Britse referendum. Nigel Farage trad onmiddellijk af als leider van de UKIP. De Brexit is eigenlijk de belofte van een tijdmachine zonder reële kalender of plan. Terug naar ergens vroeger op de tijdlijn toen het beter was.

 

Vroeger is wanneer?

Vroeger, wanneer dan? Sinds het Verdrag van Rome is geleidelijk alles veranderd, in mijn beeldspraak: sinds het de boom met zijn vele takken wortel begon te schieten. Verdragen van Maastricht, Lissabon en er zullen er nog volgen.

De Brexit was van een symbolische orde, waarbij geen kosten baten analyse is gemaakt van de waarde van de nagestreefde eigen soevereiniteit.

Niet alleen kosten en baten in geld uitgedrukt, maar ook in wat een terugploegen van thans gedeelde soevereiniteit aan toegevoegde waarde brengt voor de gewone burger. Die dat allemaal op macro niveau moeilijk kan overzien.

Take back control is knap gevonden, dat speelt in op verlies, herstel van de “greep”. Het kenmerk van de grens overstijgende gezamenlijk uitgeoefende soevereiniteit had namelijk een reden: het handelingsvermogen op nationale schaal was niet langer effectief. Dat geldt voor Nederland veel sterker nog dan voor het VK.

Wees dan eerlijk en zeg: we zullen welvaart verliezen, we zijn minder effectief, de burger gaat er op achteruit, maar we hebben onze zin.

Via een real time casus als “pilot” Brexit weten we nu dat de Take back Control concreet een destructief concept is. Eerst afbreken, ontvlechten en dan…en dan wat? Even een paar maanden wat minder, een soort vakantie met ongemakken, maar dan moet het weer naar hetzelfde niveau of beter terugkeren.

 

Voorzitter,

 

De andere aanpak is verder ontwikkelen, doorbouwen en verbeteren. Er zijn nog steeds tal van hardnekkige welvaartsverschillen tussen lidstaten, tussen regio’s, in wijken in steden, tussen lidstaten met een ontwikkelde verzorgingsstaat en lidstaten die nog maar aan het begin daarvan staan.

De Europese Unie is een economische en een waardengemeenschap die schoksgewijze vooruit gaat. Soms lidstaten (of in regio’s) helaas achteruit (denk aan de Art 7 klachten tegen Polen en Hongarije).

Op cruciale momenten, die ook heel anders hadden kunnen uitpakken, bleek de EU en daarbinnen de Eurozone schokbestendiger dan gedacht. Ik herinner aan de steunfondsen in de Eurozone: Ierland, Malta, Cyprus, Portugal, Spanje en –met alle kanttekeningen die er te plaatsen zijn – Griekenland.

Op cruciale momenten – denk aan de Schengen buitengrens – had de EU te weinig bevoegdheid en te weinig effectiviteit door keuzes uit het verleden. Nederland was tegen een versterkte buitengrens bij het tot stand komen van Schengen. Te veel soevereiniteitsoverdracht.

Er zijn tal van tekortkomingen in het functioneren van de Europese Unie, daar hoeft de fractie van D66 niet van te hoeven worden overtuigd. Echter, na het invoeren van een gemeenschappelijke munt zijn er vroeg of laat bijbehorende instrumenten nodig om macro-economische schokken te dempen en investeringen te stimuleren. Was het eerst te vroeg, nu is het moment!

Voor de aankomende EP verkiezingen hebben mijn D66-collega’s tal van radicale wensen op o.a gebied van circulaire economie, energietransitie, consumentenbescherming, democratische verbeteringen en bestemming van begrotingsgeld, inclusief de sociale dimensie.

De sociale pijler kan alleen vorm krijgen als er faciliteiten komen om de sociale zekerheid in achterblijvende lidstaten (werkloosheidsregelingen, pensioenen) te helpen opbouwen. Niet het afbreken van ons eigen stelsel naar het laagste niveau, zeg ik erbij, maar opbouwen van anderen. Zo zou vrijheid in verbondenheid er uit moeten zien. Vooruit dus, in plaats van stagnatie.

 

Samen

Welvaartsverschillen zullen niet als sneeuw voor de zon verdwijnen, maar samen kunnen we meer dan afzonderlijk. Dat ontdekten uiteindelijk de Staten van Hollend en Friesland ook, in wiens zaal wij nu vergaderen.

 

Voorzitter,

 

Verantwoordelijkheid.

Hier gaat het de fractie van D66 in dit debat om: dat zowel de regering als wij als gekozen vertegenwoordigers de verantwoordelijkheid nemen om de oorzaken bij falen in de EU onszelf zoeken, bij ons eigen falen hetzij op nationaal niveau of op Europees niveau. Dat we het in internationale fora beter gaan doen, beter voorbereiden, de juiste coalities vormen, de inventiviteit inzetten die ons land kenmerkt, net een stapje harder lopen of slimmer zijn. Dat de uitkomst het resultaat is van geven en nemen.

Het is de sluipende erosie van het zelfvertrouwen van de middenpartijen en hun sluipende en soms openlijke accommodatie met het “de EU is de oorzaak van de gebreken”- aanpak die het treuzelen verklaart, maar niet rechtvaardigt.

De zojuist besproken symboliek van de anti –EU sentimenten niet weerleggen weerspiegelt een keuze om die dialoog met de criticasters van Europa niet aan te durven. In geklets of symboliek kan je niet wonen, parafraseer ik een oud PvdA politicus.

Het defensiedossier is exemplarisch. In plaats van toe te geven dat de nationale krijgsmacht louter betekenis kan hebben in georganiseerd Europees en NAVO-verband, in plaats van werkelijk te koersen op een besparing in de orde van grootte van 30 mld EU-breed, in plaats van duidelijk maken dat er al vergaande juridisch bindende afspraken zijn in PESCO, durft het kabinet daar niet veel aandacht aan te geven.

Heeft ons Europa van ruim 500 mln inwoners, na China en de VS het grootste bevolking, niet een zelfstandig belang om zijn bevolking en zijn grondgebied te beschermen? Mag ik de minister uitnodigen daar op in te gaan in zijn antwoord en in het bijzonder of hij in de soevereiniteitsdiscussie belemmeringen ziet om hierin beslissende stappen en ook publiciteit aan te geven? Opdat niet straks het verwijt komt dat de burger hiervan niet op de hoogte is gehouden.

Daaraan gaat vooraf dat de regering in het parlement vooraf en achteraf klare wijn schenkt. U regeert, niet het parlement. De verantwoording achteraf hoort bij het normale parlementaire proces, niet dat de regering met de handen op de rug gebonden naar Brussel wordt gestuurd. En vervolgens helder communiceren over wat mislukt is en wat geslaagd.

Doet U dat niet, dan haalt U de zaag uit het foedraal. Wie denkt door de Nexiteers naar de mond te praten ons land een dienst bewijst is onverantwoordelijk bezig.

Tenzij hij inziet dat je eerst moet investeren om daarna een opbrengst te krijgen.

Gaan we deze discussies niet aan verliest iedereen: dat spelletje wordt doorzien, de regering ontwikkelt geen onderhandelingsmacht en wij worden als Nederland collectief armer.

Nog altijd zijn de woorden van President Roosevelt (1932) in het diepst van de Grote Depressie waardevol om te citeren: (..)

 

This great Nation will endure as it has endured, will revive and will prosper. So, first of all, let me assert my firm belief that the only thing we have to fear is fear itself—nameless, unreasoning, unjustified terror which paralyzes needed efforts to convert retreat into advance. In every dark hour of our national life a leadership of frankness and vigor has met with that understanding and support of the people themselves which is essential to victory. I am convinced that you will again give that support to leadership in these critical days.

 

In de lezing van President Macron in Aken bij de ontvangst van de Karelsprijs op 10 mei 2018 sprak hij de waarschuwing uit die onze fractie van harte onderschrijft:

 

Ik geloof niet in de mythe dat de meer dan 70 jaren van vrede ons een perfect Europa heeft gegeven, waarvan wij slechts de erfenis hoeven te verzorgen; ik geloof niet in die mythe omdat Europa is nog steeds en altijd zal worden doorsneden (“traversée”)  door de geschiedenis en door de tragiek van de geschiedenis”. Hij riep op tot durf, verbeeldingskracht, samenwerking en kracht om een Europa te worden dat beschermt. (“L’Europe qui protège”).

 

In onze woorden: die de waarden beschermt, die de welvaart duurzaam en rechtvaardig laat toenemen en zijn internationale verplichtingen gezamenlijk nakomt

 

Voorzitter, ik rond af.

Wij houden dit debat voor de laatste keer met de Kamer in deze samenstelling en onder uw leiding. Deze jaarlijkse opname van “de meterstand” is wat mijn fractie betreft een traditie om in toekomst voort te zetten.

Behoudens behandeling van wetgeving en mondeling overleg met de bewindslieden is er anders geen gelegenheid om de Staat van Unie op overzichtsniveau met het kabinet te bespreken.

Die gelegenheid is ons vandaag weer geboden en de Fractie van D66 kijkt uit naar de beantwoording van onze en andere vragen door de minister.”

 

 

[1] De Staat verwijst naar de studies door het SCP en Verwey –Jonker instituut (5 november (?) 2019, VJ  okt 2018), voetnoot SvU 2019 p. 15)?