Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 22 januari 2019

Debat over het vierde spoorwegpakket: Het belang voor de reiziger staat voorop

Vandaag wordt het vierde spoorwegpakket plenair behandeld in de Kamer. Doel van de richtlijn is het realiseren van een Europese spoorwegruimte. De richtlijn moet het concurrentievermogen van de sector versterken en daarmee de groei van het vervoer per spoor in Europa stimuleren. Voor de D66-fractie is het belang van de reiziger altijd het uitgangspunt geweest. Bovendien noemt Henk Pijlman de kansen voor snelle en adequate grensoverschrijdende spoorverbindingen die burgers voor de kortere afstanden uit het vliegtuig moeten houden. Lees de volledige bijdrage van Henk Pijlman hier terug

“Voorzitter,

Ik sta hier als vervanger van Herman Schaper die zich vorige week, vanwege persoonlijke omstandigheden, uit onze Kamer terug moest trekken. Herman had Verkeer en Vervoer, waaronder het spoor, in zijn portefeuille.

Voorzitter,

Voor ons ligt een omvangrijk pakket met maatregelen die tot doel hebben een Europese spoorwegruimte te realiseren. Een volgende stap op weg naar de voltooiing van de Europese spoormarkt. De richtlijn moet het concurrentievermogen van de sector versterken en daarmee de groei van het vervoer per spoor in Europa stimuleren. Bovendien kunnen snelle en adequate grensoverschrijdende spoorverbindingen burgers uit het vliegtuig houden voor de kortere afstanden. Overigens moet er dan nog wel heel veel gebeuren weet een ieder die liefhebber van de trein is maar niet alle tijd heeft! Zo lukt het al jaren niet om het TEN-T netwerk tussen Amsterdam-Groningen-Hamburg ingericht te krijgen omdat de Friesenbrucke aan Duitse kant eruit ligt, en er weinig voortgang in de nieuwbouw zit. Kan de staatssecretaris ons informeren hoe dit traject ook door Europese bemoeienis versneld kan worden? En aan de andere kant van het land werd met veel aplomb de drielanden trein Aken-Maastricht-Luik opgezet. Maar alhoewel er door de spoorwegmaatschappij voor 100 miljoen in is geïnvesteerd kan de trein niet rijden vanwege een technisch geschil over een veiligheidssysteem met België. Ook op dit punt zou ik graag geïnformeerd worden over wat de stand van zaken is. Als dit vierde pakket is geïmplementeerd zijn deze spoorlogen,  zoals het NRC het noemde, dan voorbij? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Het Nederlandse spoor heeft moeilijke tijden gekend maar staat er nu in vergelijking goed voor. De prestaties op het hoofdrailnet zijn goed en de prestaties op regionale lijnen zijn door de privatiseringen zeer sterk verbeterd. Concurrentie heeft daar zijn werk gedaan. Opvallend is daarbij ook dat regionale aansluitingen tussen de verschillende vervoerders sterk zijn verbeterd. Dat wil overigens niet zeggen dat er geen onvolkomenheden zijn. Investeringen in infrastructuur, reizigersvoorzieningen en materieel blijven dringend noodzakelijk. Dat geldt zeker ook rondom de steden van de randstad waar de congestie ook op het spoor groot is. In de Randstad is daarenboven een orde van grootte spooropschaling nodig, zie ook de opstelling van de burgemeesters van de vier grootste steden. Ik geef toe dat dit een beetje bezijden dit onderwerp is, maar ik zou graag van de staatssecretaris willen weten, wat gebeurt er met die analyse? Ook voor vrienden van het klimaatakkoord is dit een belangrijke kwestie. Maar wij menen dat veel Europese landen veel meer zullen moeten doen om tot implementatie van dit pakket te komen dan Nederland. De implementatie van het derde pakket, en we liepen daarmee voorop, heeft zijn werk gedaan!

Voorzitter,

De discussie rondom dit pakket spitst zich wederom toe op marktwerking op het spoor. Of we kunnen ook zeggen: ordening op het spoor. De publieke taak richt zich op de infrastructuur en een gereguleerde markt waarop nog steeds partijen actief zijn met publieke aandeelhouders.

De richtlijn gaat nu uit van aanbesteden tenzij. Voor ons is het van groot belang dat dit nu ook in de wet wordt vastgelegd. Het geeft het kabinet en de Staten Generaal in 2025, op grond van de aangekondigde midterm review en de evaluatie van de kwaliteitsafspraken, de mogelijkheid tot een evenwichtige keuze te komen. Wij, met elkaar, bepalen zelf of we aan willen besteden of dat we onderhands willen gunnen. Als we dat laatste willen dan moeten we dat verantwoorden, maar ons inziens zijn de richtlijn en de wet zodanig geformuleerd dat dit heel wel mogelijk is. Politiek gezien is onderhandse gunning of openbare aanbesteding vaak een heel principiële discussie. Voor D66 geldt dat niet. De invulling van de voorwaarden die wij stellen aan de ordeningsvraag zal waarschijnlijk bepalender voor de uitkomst zijn dan de keuze voor gunnen of aanbesteden. Voor ons dient het belang van de reiziger het uitgangspunt te zijn. Daarbij vinden wij overigens ook dat de prijs van het kaartje meegenomen dient te worden in de keuzes want de Nederlandse treinen zijn in vergelijking met andere Europese landen erg duur. Deze richtlijn en de voorliggende wet biedt ons de mogelijkheid eigen keuzes te maken. Kan de staatssecretaris ons informeren hoe het afwegingsproces naar 2025 er uit zal zien? Begrijp ik het daarbij goed dat bij eventuele aanbesteding, zeker bij een deel van het hoofdrailnet, er een economische evenwichtstoets gehouden moet worden zodat de effecten op het hoofdrailnet duidelijk worden? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter,

De concessies op het hoofdrailnet zijn vastgelegd tot 2025 maar die op de regionale lijnen tot 2020. Dan gaan die lijnen open voor aanbesteding. Daar kan spanning in zitten. Laat ik een voorbeeld noemen. De Exploitant van de Valleilijn zou graag in plaats van Amersfoort, Utrecht als eindbestemming zien. Ik weet dat het kabinet naar de mogelijkheden heeft gekeken. Stel dat er praktisch gezien geen bezwaren zouden zijn. Hoe gaat het dan met de aanbesteding? Immers, het traject Amersfoort Utrecht behoort tot het hoofdrailnet en is tot 2025 vastgelegd. Mijn vraag is, hoe verhouden de verschillende aanbesteding of gunningsmomenten zich tot elkaar, is mijn vraag.

Voorzitter,

De D66-fractie ziet uit naar de antwoorden van de staatssecretaris.”