Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 17 december 2018

D66: Medisch beroepsgeheim niet gewaardborgd in wetsvoorstel Verbeteren toezicht in de zorg

De D66-fractie in de Eerste Kamer is kritisch op het Wetsvoorstel Verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving in de zorg (33.980). Natuurlijk moet fraude aangepakt worden, maar het is belangrijk dat patiënten toestemming geven voordat hun dossiers  worden ingezien. Het medisch beroepsgeheim moet tot het maximale in ere worden gehouden. Dat ziet de fractie onvoldoende terug in het wetsvoorstel. Vanavond wordt het wetsvoorstel behandeld in de Eerste Kamer.

Lees hier de inbreng van Anita Vink tijdens dit debat terug.

Voorzitter,

Dank voor het woord. En dank aan de collega’s en de griffie voor het hartelijke welkom dat ik in de afgelopen twee maanden heb mogen ervaren. Zoals u weet vervang ik tot eind januari mevrouw Bredenoord. Eind januari zal zij, ongetwijfeld vol energie, weer beginnen.

Voorzitter,

Het vandaag voorliggende wetsvoorstel kent een lange geschiedenis, het is al eerder benoemd. De basis voor wetsvoorstel 33980 (verbeteren van toezicht, opsporing, naleving en handhaving in de zorg) ligt, zoals ook al vaker aangehaald vandaag, in de europsyche casus. De casus europsyche is vernoemd naar stichting europsyche, die in 2012 in het nieuws kwam vanwege het declaratiegedrag en vanwege vraagtekens over de kwaliteit van de geleverde zorg. De casus riep verschillende vragen op, zoals de kwaliteit van de zorg en de aanspraak en bekostiging. Uiteindelijk is het wetsvoorstel ingediend waarna het in het najaar van 2016 in de Tweede Kamer behandeld is.

Voorzitter,

De uitgaven voor de zorg zijn hoog en de kosten blijven stijgen, zo bleek ook uit de miljoenennota die we in september mochten ontvangen. Het is daarom des te belangrijker dat zorggeld goed besteed wordt. Fraude moet aangepakt worden. De grote vraag is dan, hoe kan fraude het beste aangepakt worden? En welke middelen kunnen daarbij het beste worden ingezet? Onze fractie loopt bij dit voorstel tegen een aantal zaken aan. Kort samengevat betreft dat de volgende zorgen:

1.       Het feit dat er in aangewezen situaties in een medisch dossier mag worden gekeken;

2.       dat deze inzage gebeurt door een medisch adviseur, die in dienst is van de zorgverzekeraar;

3.       dat deze medisch adviseur tegen het advies van de Raad van State in niet enkel de conclusie van de materiële controle deelt. Maar ook de motivering. Daarmee wordt onherroepelijk meer over de verzekerde en de medische gegevens gedeeld;

4.       het inzien van het dossier gebeurt zonder dat daar vooraf bij de verzekerde weet van is.

Dit laatste punt is voor onze fractie extra wrang omdat in het overgrote gedeelte van de gevallen het niet de verzekerde is die verdacht wordt van fraude. Als wij de genoemde punten naast de onduidelijke winst van dit voorstel plaatsen dan kunnen wij niet tot een andere conclusie komen dan dat we nog veel vragen hebben bij dit voorstel.

Voorzitter,

Om met een paar cijfers over fraude in de zorg te beginnen. Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer werd op basis van cijfers van zorgverzekeraars Nederland gesproken over een bedrag van 11 miljoen euro, wat neer zou komen op een percentage van 0,01 % van de zorguitgaven. In antwoord op de vragen van onder andere onze fractie in deze Kamer werd een bedrag genoemd van 27 miljoen euro. Deze cijfers zijn afkomstig uit een rapportage van zorgverzekeraars Nederland over 2017. Kan de minister bevestigen dat dit de cijfers zijn die bekend zijn?

Uit de cijfers blijkt ook dat het overgrote gedeelte van de onjuiste declaraties niet wordt veroorzaakt door opzet maar door onwetendheid. Wat onze fractie betreft kan daar dan in ieder geval nog winst worden behaald.

In antwoord op vragen uit deze Kamer is tevens aangegeven dat niet aangegeven kan worden hoe groot de winst van dit voorstel zal zijn. In de Memorie van Toelichting is aangegeven dat zorgverzekeraars een grotere prioriteit zouden kunnen maken van fraudebestrijding. In de rapportage van zorgverzekeraars Nederland wordt aangegeven dat er sinds 2016 extra wordt ingezet op het zogeheten ‘horizontale toezicht’ en dat dit zijn vruchten afwerpt. Dat roept bij de fractie van D66 de vraag op of de voorgestelde handelswijze (nog) nodig is om het doel te behalen. Wij horen graag van de minister hoe hij tegen dit punt aan kijkt. Is inzage in het medisch dossier echt nodig om fraude te kunnen bepalen?

Voorzitter,

Het medisch beroepsgeheim is de basis voor een vertrouwensrelatie tussen behandelaar en patiënt. En het wringt bij de fractie van D66 dat er in situaties in een medisch dossier van een verzekerde mag worden gekeken. Zonder dat de verzekerde hier toestemming voor heeft gegeven of er zelfs maar weet van heeft. Door het in de Tweede Kamer aangenomen amendement-Klever wordt de verzekerde in ieder geval achteraf geïnformeerd over de inzage in het dossier.

Achteraf informeren is beter dan helemaal geen actie op dit punt. Maar het is niet voldoende wat onze fractie betreft. Het mooist zou zijn als de verzekerde voorafgaand aan de inzage in het medisch dossier toestemming geeft. Onze fractie is van mening dat als inzage in het medisch dossier al noodzakelijk zou zijn in het kader van fraudebestrijding, een verzekerde daarbij betrokken moet worden. Naar deze mogelijkheid is door onze fractie, en andere fracties, meerdere malen gevraagd. De minister acht dit niet mogelijk. Genoemd wordt een mogelijke belemmering van het onderzoek.  De fractie van D66 hoort graag aan welke mogelijke belemmeringen de minister dan denkt. De fractie van D66 hoort ook graag van de minister op welke wijze het te rechtvaardigen is dat een zorgaanbieder wel weet heeft van de inzage maar een verzekerde niet. Dat wringt voor mijn fractie des te meer nu het veelal niet de verzekerde is die van fraude verdacht wordt.

Voorzitter,

Ook over de positie van de medisch adviseur heeft onze fractie een aantal vragen.

De medisch adviseur valt onder het medisch beroepsgeheim. Als wij het goed hebben begrepen valt iedereen die onder de medisch adviseur werkt ook onder dat medisch beroepsgeheim. Graag zien we dit nogmaals expliciet bevestigd door de minister.

Als we uitgaan van de relatie zorgverzekeraar, verzekerde en zorgaanbieder: de medisch adviseur is dan in dienst van de zorgverzekeraar. Deze adviseur kan als uiterst middel een medisch dossier inkijken om te kunnen beoordelen of er sprake is van fraude. Vragen die de medisch adviseur dan bijvoorbeeld zal moeten beantwoorden is of de zorg geleverd is en of deze zorg het meest aangewezen was gezien de gezondheidstoestand van de verzekerde. Dit onderzoek zou dan enkel moeten plaats vinden in het kader van fraudebestrijding. Voorkomen moet worden dat de medisch adviseur, al dan niet onbedoeld, op de stoel van de behandelaar gaat zitten. Wij ontvangen hierop graag een reactie van de minister.

Voorzitter,

De Raad van State heeft geadviseerd om de medisch adviseur enkel de conclusie te laten delen na een onderzoek en niet de motivering. Dat advies is niet opgevolgd omdat in een eventuele rechtszaak de conclusie gemotiveerd moet worden. Maar privacy is niet een kleine beer op de weg bij dit soort zaken, het is een wezenlijk begrip. Was het advies van de Raad van State, en de praktische bezwaren die de minister tegen dat advies heeft, geen extra reden geweest om te kijken of de positie van de medisch adviseur anders ingevuld kan worden waarbij de onafhankelijkheid van de adviseur beter geborgd wordt? De fractie van D66 hoort graag van de minister hoe hij hier tegenaan kijkt.

Voorzitter,

Ik kom aan het einde van het betoog. Zoals aangegeven hebben we veel vragen bij het voorstel. Voor de fractie van D66 staat voorop dat fraude aangepakt moet worden. Maar het is belangrijk dat patiënten toestemming geven voordat hun dossiers worden ingezien. Het medisch beroepsgeheim moet tot het maximale in ere gehouden worden. Dat zien wij nu onvoldoende terug in het voorliggende voorstel. Onze fractie kijkt daarom met belangstelling uit naar de antwoorden van de minister.”