Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 11 december 2018

Debat Belastingplan 2019

“Het klimaat en het beprijzen van bijvoorbeeld CO2-uitstoot is nog niet fundamenteel geïntegreerd in ons stelsel. Bevat het stelsel de juiste incentives om de klimaatdoelen te bereiken?”

Deze vraag stelt Joris Backer tijdens het debat over het Belastingplan 2019. In het Belastingplan 2019 staan alle fiscale maatregelen die het kabinet in de Miljoenennota 2019 wilt doorvoeren. Verder spreekt Joris Backer over de trendbreuken die in dit plan. Hierbij gaat het om lastenverlichting voor burgers en bedrijven, de aanpak van ontwijking en ontduiking van belasting en de keus om Europees fiscale samenwerking te zoeken.

Lees hieronder de spreektekst van Joris Backer tijdens het debat terug.

 

“Inleiding

Voorzitter,

Ik waardeer de aanwezigheid van de minister van OCW bij het gehele debat, terwijl maar een klein onderdeel haar departement direct raakt. Maar dit is een betere werkwijze dan zoals het aan de overzijde is verlopen, doordat de fiscale maatregelen direct besproken kunnen worden in samenhang met wat daarvoor in de plaats komt. Daardoor kon er bij veel betrokkenen de indruk ontstaan dat er onvoldoende zicht was op de effecten.

Voorzitter,

Ik begin met een felicitatie uit te spreken namens de fractie van D66 aan het kabinet dat zijn eerste geheel eigen Belastingplan (in brede zin: het BP) heeft ingediend. Het gaat uitgaven dekken van een Rijksbegroting die veel goed nieuws bevat, zoals mijn collega Rinnooy Kan al heeft aangegeven bij de AFB. Het BP is een veelzijdig pakket geworden. Ik maak daarin een keuze voor mijn plenaire bijdrage.

De fractie van D66 is content met ten minste drie trendbreuken die ik straks zal bespreken.  Trendbreuken binnen het huidige stelsel.

Het BP is ook naar de vormgeving redelijk geslaagde poging tot uitvoering van de Motie- Hoekstra. Ik constateer dat er een voldoende balans is tussen eenheid en verscheidenheid in de bundeling van de voorstellen (Wet bedrijfsleven 2019). Dit was een politiek  actueel thema in de Tweede Kamer bij de voorgestelde afschaffing van de dividendbelasting. Die maakt nu geen deel meer uit van het pakket.

Dat wij af en toe de wetgevende beginselen aanscherpen heeft dus toegevoegde waarde.

De voorstellen behoren natuurlijk de ons bekende toetsingscriteria te kunnen doorstaan: zijn ze rechtmatig, handhaafbaar en uitvoerbaar? In de fiscale vakliteratuur gelden de toetsingscriteria: eerlijk, effectief, efficiënt en eenvoudig (o.a. L.G.M. Stevens).

Tegen eenvoudig wordt in deze voorstellen vrij vaak  gezondigd. Eerlijk en eenvoudig staan nog al eens  tegenover elkaar (ik denk aan de Box 3 – discussie). Bij effectief en efficiënt moet ik o.a. denken dan de discussie over de marginale druk en de verzilveringskwestie bij de heffingskortingen. Dat verwijt ik niet dit kabinet in het bijzonder, dat is omdat we steeds weer verbouwen aan een bestaand huis.

Om die reden wil ik het eerst hebben over hoe het huis eruit zou zien om daarna terug te komen op de diverse deelonderwerpen die ter beoordeling voorliggen.

 

Toekomstbewaking

Voorzitter,

Dit is het laatste BP van de Kamer in deze samenstelling. De staatssecretaris heeft aangekondigd in de Tweede Kamer om met bouwstenen voor een stelselherziening te komen. Dan is dit het laatste moment dat de fractie van D66 daarop kan anticiperen en dat doe ik dan ook.

Eén van de vijf beginselen van sociaal-liberalisme is “Beloon prestatie en deel de welvaart”. Een andere luidt: “Streef naar een duurzame en harmonieuze samenleving”. Belastingheffing heeft met allebei te maken. Ik wil stil staan bij de vraag of wij met het huidige stelsel op beide beginselen toekomstbestendig zijn.

Er zijn genoeg signalen die ons aan het denken zouden moeten zetten. Ik verwijs naar de discussie over arbeidsmarkt, de positie van zzp’ers en payrollers in het stelsel van sociale voorzieningen en in de fiscaliteit, naar de snelle ontwikkeling van de digitale en internationaliserende wereld, toenemende grensoverschrijdende transacties waarmee de fiscaliteit geen gelijke tred houdt.

Er zijn geheel andere businessmodellen ontstaan zoals Uber, Airbnb en Booking.com in een globaliserende economie. Afgezien hiervan is in het huidige belastingstelsel de verhouding tussen belasting op arbeid en belasting op vervuiling uit balans. Ik denk aan het pleidooi dat D66-collega’s aan de overkant – en hier collega Koffeman – regelmatig houden over de circulaire economie en het beter beprijzen van onttrekking van grondstoffen.

Het debat dat wij over klimaat voeren en hoe externaliteiten (zoals CO2) te beprijzen zijn, is nog steeds niet fundamenteel geïntegreerd in ons stelsel. Ik noem straks de vergroeningsmaatregelen een trendbreuk, maar wel in het bestaande systeem. Dat gaat knellen bij de realisatie van de klimaatdoelstellingen.

Dit weekend werd het voorstel voor een vliegbelasting bekend. Een reactie op het feit dat het stelsel vaak niet de juiste incentives geeft om de Europa 2020 en Sustainable Development Goals te bereiken. De valkuil van het belastinginstrumentalisme is ons ook bekend, maar toch wordt er vaak voor gekozen omdat oplossingen nu binnen dit stelsel moeten passen en dat wringt.

Maar daar houdt deze discussie niet op. In dit korte bestek kan ik dat niet uitdiepen, maar de fractie van D66 wil markeren dat als de staatssecretaris spreekt over bouwstenen van een stelselherziening hij (of de deskundigen die hij er bij wil betrekken) echt met het doordenken van het fundament van een toekomstbestendig stelsel zou moeten beginnen.

In dat verband vraag ik aandacht voor de publicatie New era, new plan. Europe. A fiscal strategy for an inclusive, circular economy (Utrecht 2016). Een zeer lezenswaardig ontwerp van een alternatieve strategie, waar in de kern wordt gekozen op het belasten van grondstoffen en verlagen van kosten op arbeid.

Na het formuleren van een wenselijk stelsel volgt de moeilijke en complexe transitie. Maar sla niet het ontwerp over, is het advies van onze fractie, omdat voorzienbaar de transitie zo moeilijk is. Sleutelspeler zal hierin Europa moeten zijn.

Waarom zou Nederland daarin geen vaandeldrager van de vernieuwing kunnen worden? Ik zou graag de analyse van de staatssecretaris horen over kansen en uitdagingen.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat D66 volhardend kan zijn als het op veranderingen aankomt en vaak geduld heeft moeten betrachten. Maar ten slotte zijn er ook steeds weer resultaten en die tellen. En die geven hoop!

Ik overweeg hierover een motie in te dienen in de tweede termijn.

 

Voorzitter,

Dan keer ik terug naar de voorstellen zoals ze voorliggen.

Trendbreuk 1

35026    Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2019)

35027    Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2019)

Ik zou zelf  vandaag vooral willen vaststellen dat er grosso modo  een evenwichtige verdeling in lasten en lusten is bereikt. Hierbij is een trendbreuk zichtbaar: lastenverlichting voor burgers en ondernemingen in de directe belastingen.

Het traditionele debat over puntwolken, de marginale druk voor eenverdieners en de vermeende achterstelling van deze of gene  is ook nu onvermijdelijk en terecht.

Voor de fractie van D66 is bepalend dat er een doordachte, serieuze en evenwichtige inspanning is geleverd om een zo optimaal mogelijke uitkomst te bereiken, zowel op macroniveau als op niveau van de belastingbetalers.

De trendbreuk is de keuze voor met name aanpassingen ten behoeve het besteedbare inkomen van de burgers. Dat wordt stapsgewijze in de komende drie jaar vergroot en dat juichen wij toe. De crisismaatregelen van de afgelopen jaren zijn de oorzaak van stevige lastenverzwaringen. Die zijn verdisconteerd in het basispad en lopen bij ongewijzigd beleid door.

De fractie van D66 ziet deze tot sociale vlaktaks gedoopte vereenvoudiging overigens niet als een opstapje naar een verdere vereenvoudiging – niet tot een echte vlaktax. Daarin zou immers de gemiddelde belasting en premiedruk niet toenemen naarmate het inkomen hoger wordt en dat beginsel vinden wij nog steeds rechtvaardig (zie ook MvT p.5).

Wij spreken in dit huis regelmatig over armoede en specifiek ook over kinderen. In de miljoenennota van 2019 staan een aantal acties die het Rijk gaat ondernemen om de armoedeval te verminderen. Op dit moment worden bij een inkomen tussen de 100% en 150% van het minimumloon (tussen € 21.000 en € 32.000) de heffingskortingen en toeslagen snel afgebouwd, waardoor de mensen er netto niet op vooruit en zelfs achteruit gaan. In 2019 komen er aanpassingen in de arbeidskorting, de huurtoeslag en het kindgebonden budget, waardoor werken voor deze inkomensgroep gaat lonen. Het kabinet doet dat onder andere met de invoering van een twee –schijventarief. In samenhang daarmee zijn ook tal van aanpassingen in de heffingskortingen doorgevoerd om aldus zo rechtvaardig mogelijke uitkomsten te krijgen.

In gestileerde macro vergelijkingen ondervinden 96% van de burgers een positief saldo van deze belastingingrepen. Dat overziende zeg ik tegen het kabinet: prima gedaan. In de fractie van D66 leeft wel de zorg: de gestileerde inkomensplaatjes/tabellen zeggen iets over de verminderde kans op armoede door de gunstiger fiscaliteit, maar de casuïstiek van de armoedeval is heel gevarieerd.

Kan er fiscaal nog méér gedaan worden, of kom het echt nu aan op maatwerk op het niveau van de gemeente?

Het pakket overziende gaat het om cumulatief grote verschuivingen: lastenverlichting oplopend tot 2021 van cumulatief structureel -4,5 Mld. In de publieke discussie heeft minder aandacht getrokken dat er voor bedrijven een groot aantal grondslagverbredende maatregelen zijn voorgesteld, zodat per saldo het bedrijvenpakket niet alleen maar goed nieuws is voor ondernemers.

Zoals  (niet limitatief) de correctie in het Box 2-tarief en aftrekbeperkingen. Natuurlijk zijn dga’s daar niet blij mee, maar het is voor het evenwicht en ter voorkoming van onwenselijke arbitrage te billijken, al wil ik  de staatssecretaris vragen om  de redelijkheid van zijn keuze beter te onderbouwen dat oude reserves niet worden geëerbiedigd en er dus materieel terugwerkende kracht wordt toegepast?

De verlaging van het eigen woningforfait (lange tijd was dit politiek onbespreekbaar!) verloopt conform eerder aangekondigde plannen. Vorig jaar leidde alles rondom aftrek en eigen huis nog een verhit debat, vanwege  de aanpak van de Hillen-aftrek; nu is het langzamerhand breed geaccepteerd dat de fiscale stimulans van de eigen woning stapsgewijze afneemt.

De constructie rond het eigen huis in relatie tot Box 3 blijft gekunsteld. Hier zijn bij uitstek de beginselen van eerlijk en eenvoudig moeilijk met elkaar te verenigen. Ik zou graag bij een andere gelegenheid op de Box 3 problematiek terugkomen, bijvoorbeeld in een mondeling overleg.

Tot slot van dit onderdeel voorzitter, de vraag aan het kabinet of het bestaande stelsel robuust genoeg is om te implementeren maatregelen voor de verdergaande energietransitie in de jaren na 2019 te absorberen?  Uit mijn inleiding over stelselherziening kunt u concluderen dat wij daarover twijfels hebben.

Trendbreuk 2

Voorzitter,

Deze keer zat bij aanvang van dit wetgevingstraject de politieke gevoeligheid in het bedrijvenpakket.

35028    Wijziging van enige wetten in verband met enkele maatregelen  voor het bedrijfsleven (Wet bedrijfsleven 2019)

35030   Wet Implementatie eerste EU-richtlijn  antibelastingontwijking (Wet Implementering ATAD1)

De wet implementatie ATAD c.a.

De fractie van D66 verwelkomt deze zeer belangrijke trendbreuk in de aanpak van ontwijking en ontduiking van belastingen en de duidelijke keuze om op Europees niveau de fiscale samenwerking te zoeken.

De staatssecretaris – en met hem het kabinet –  heeft duidelijk gekozen voor een offensieve fiscale strategie om uit de hoek te komen waarin Nederland was teruggedrongen. Om de vergelijking met het voetbal te maken: met een louter defensieve strategie wordt de wedstrijd door ons vroeg of laat verloren!

De bestrijding van belastingontwijking en constructies bevat ook een separaat wetsvoorstel dat budgettair samenloopt met het BP in strikte zin en ook per 1 januari 2019 in werking zal treden.

Hierdoor  wordt de fiscale bejegening van vreemd en eigen vermogen in ondernemingen (earning strippingmaatregel) in evenwicht gebracht. Hiermee vervult de staatssecretaris een oude wens van mijn collegae Koolmees en Van Weyenberg, die daar in de Tweede Kamer jaren voor hebben gepleit. Zo vinden zij ook nog wat moois onder de kerstboom.

In samenhang met het ATAD- voorstel kiest het kabinet er bewust en in onze opinie terecht voor een aanvullende maatregel in het geval belasting wordt ontweken, o.a. via een Controlled Foreign Company (CFC).

Ook is aangekondigd een niet uit EU-harmonisatie voortgekomen, maar zélf gekozen voorstel om doorstromende gelden ter zake van rente en royalty’s te gaan belasten. Wij vinden dat een goede zaak. Wij hadden dat graag eerder gezien dan 2021. In de schriftelijke voorbereiding geeft de staatssecretaris aan dat dit niet uitvoerbaar is. Graag een toelichting.

De fractie van D66 is zeer content dat afstand wordt genomen van een beleid waarin in het verleden de fiscale concurrentie is opgezocht en daarbij de randen waar de mooiste bloemen plegen te groeien.

Daardoor heeft zich een geldstroom kunnen ontwikkelen van ca. 22 miljard die ons land inkomt en weer verlaat. Dat moeten we niet willen. Het is niet alleen moraliteit, het is ook goed koopmanschap om het niet te willen. Nederland is onderdeel van de interne EU-markt en dit gaat gepaard met vele economische voordelen, die tezamen méér brengen dan het willen voeren van het fiscale rood –wit –blauw- entrepreneurship dat jarenlang zo werd bejubeld. Dat type belastingconcurrentie gaat uiteindelijk ten koste van onze eigen politieke en economische positie en tenslotte van de welvaart van de burgers in ons land.

Hoe taxeert de staatssecretaris de positie van ons land in het voortgaande debat in de EU en OESO, welke attitude ontmoet hij nu bij zijn EU-collega’s nu deze trendbreuk zichtbaarder wordt? Gaat het ver genoeg?

Rijpt dit inzicht ook bij de ondernemingen in ons land, zo vraag ik het kabinet. De recente publicatie van de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling illustreert dat de mate waarin ondernemingen transparant zijn – en dat is het begin – in hun fiscale beleid (Tax Transparancy Benchmark 2018) grote verschillen laten zien. Daar is zeker verbetering mogelijk (Aegon en Unilever zijn daarin een gunstige uitzonderingen).

Recentelijk heeft de Commissie Van Manen de Nederlandse corporate governance code herzien. In deze herziening is het fiscaal beleid van ondernemingen er bekaaid vanaf gekomen. In enkele buitenlanden, waaronder het Verenigd Koninkrijk, zijn grote ondernemingen wettelijk verplicht hun ‘tax strategy’ te publiceren. Overweegt de staatssecretaris een dergelijke regeling voor Nederland?

De fractie van D66 complimenteert ter afronding van dit onderdeel de staatssecretaris voor wat hij bereikt heeft en zou graag vernemen welke verdere ambities hij op dit domein nog heeft.

Trendbreuk 3

35029    Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale vergroeningsmaatregelen)

Voorzitter,

Ja, ook dat noemt de fractie van D66 een trendbreuk. Ik ga hier niet de discussie herhalen die gevoerd is in de Tweede Kamer, namelijk: is de maatvoering tussen burgers en bedrijven de juiste. Dit is wat het is en wij zijn tevreden dat de richting is ingeslagen. Verder blijft gelden wat ik in mijn inleiding heb betoogd: wij gaan hier een keer in vast lopen als we niet fundamenteel nadenken over het systeem.

Voorzitter,

De trendbreuk die uiteindelijk niet heeft plaats gevonden, zou de afschaffing van de dividendbelasting zijn geweest. Gelukkig maar. De fractie van D66 heeft er in dit huis nooit een geheim van gemaakt dat wij dit geen goed idee vonden. Omdat het onderwerp meer dan een jaar lang het fiscale debat heeft beheerst, wil ik mij er hier niet zomaar van afmaken.

Hoe hier ook naar gekeken wordt, het zou onmiskenbaar een stap die  paste in oud beleid van fiscale concurrentie (de Brexit werd niet voor niets als extra reden genoemd). Een valse start van het Kabinet Rutte III.

De kernveronderstelling, dat er een sterk causaal verband zou zijn tussen deze voorgenomen maatregel en de te verwachten gunstige aandeelhoudersbesluiten over de vestiging van hoofdkantoren van multinationals in ons land, achtte onze fractie zeer betwistbaar. De Unilever casus is in dat opzicht illustratief.

Een beginsel dat onze fractie hier zou willen markeren bij toekomstige plannen in deze sfeer: er behoort niet alleen scheiding van kerk en staat te zijn, maar óók tussen de boardroom en staat.

Zijn er lessen uit te trekken uit de gang van zaken voor toekomstige wetgeving? Graag een toelichting van de staatssecretaris.

Dit was in de achteruitkijkspiegel.

Nu vooruit kijkend:  Wat is de betekenis van het recent gewezen Fidelity – arrest en de prejudiciële vraag die aan het Europese Hof van Justitie was gesteld? Acht het kabinet het denkbaar dat er een rechterlijke uitspraak (volgend op de Miljoen cs en Fidelity zaken) die de wetgever zal dwingen tot aanpassingen? Graag hoor ik de visie van de staatssecretaris.

Het niet doorgaan van de afschaffing van de dividendbelasting is budgettair verwerkt in het verlagen van de tarieven van de vennootschapsbelasting in diverse stappen. Wij zien dit uitdrukkelijk niet als een race to the bottom en ik nodig de staatssecretaris uit dit nog eens te bevestigen. Onze fractie vindt die keuze goed te verdedigen, omdat dit direct bevorderlijk is voor de reële economie en dus voor werkgelegenheid en ondernemingszin. Wij  beoordelen dit vanzelfsprekend in combinatie met verlaging van kosten op arbeid en verlichting van de IB druk.

Instrumentalisme

Er zijn voornemens tot het heffen van een vliegbelasting.  Dat lijkt onze fractie een goede zaak; zien wij die plannen terug in het volgende belastingplan? Zouden we dat overzichtelijke onderwerp niet eerder, bijvoorbeeld in de loop van het jaar kunnen behandelen?

Wat is de status – we kijken inmiddels vooruit naar komende plannen – van een CO2-heffing, hoe kansrijk is die en op welke termijn en met welke EU-partners (indien niet EU-breed) kan Nederland gelijk optrekken? De urgentie is recent nog gebleken.

Voorzitter,

34556    Wijziging van de Wet Inkomstenbelasting 2001 met het oog op de afschaffing van de aftrek van uitgaven voor monumentenpanden (Wet fiscale maatregelen rijksmonumenten)

Erfgoed telt! Eindelijk kom ik aan het onderwerp dat de Minister van OCW regardeert.

Er is in 2016 een voornemen geweest om de monumentenaftrek te laten vervallen, waarvan een bezuinigingsopgave onderdeel was. Die is gelukkig niet doorgevoerd. De wens vanuit de Belastingdienst tot vermindering van aftrekposten – daarmee grondslagverbreding en complexiteitsreductie – is gebleven. Het Ministerie van OCW heeft de verantwoordelijkheid overgenomen en ingepast in de bestaande subsidieregelingen.

Daar beginnen nu bij enkele betrokkenen de zorgen en ik nodig de minister uit die vandaag weg te nemen. Ik doel dan op met name de groene monumenten. Is de bestaande SIM-regeling toegankelijk en ook toereikend in de nieuwe situatie? Is het correct dat in de woonhuisregeling ook het groen kan worden opgevoerd? Is er ook in de komende jaren voldoende geld in de pot om de te verwachten aanvragen te kunnen honoreren via de subsidieregelingen? Kan OCW deze toename van werkzaamheden aan? Ik hoop dat de minister de fractie van D66 kan overtuigen.

Voorzitter,

Ter afsluiting een onderwerp dat er in deze debatten vaak bekaaid afkomt. Deelt de staatssecretaris de analyse van mijn fractie dat voorspelbaarheid en stabiliteit van wetgeving en van een betrouwbare rechtspleging – niet alleen in fiscale zaken – een belangrijke voorwaarde is voor vestiging van economische activiteit in ons land voor buitenlandse investeerders (daaronder begrepen van hoofdkantoren)?

Zou de staatssecretaris bij zijn collegae op J&V en in het bijzonder ook de Minister van Financiën op dit aspect willen wijzen bij de volgende begrotingsbehandeling van J&V?

Wij kijken met grote belangstelling uit naar de beantwoording van onze vragen. ”